De film vertelt het verhaal van drie bastaardgeneraties Morosgoványi. Vader Vendel is een oversekste soldaat, zoon Kalman wereldkampioen overeten en kleinzoon Lajoska taxidermist (een dierenopzetter met een megalomaan masterplan). Drie generaties en een halve eeuw Hongaarse geschiedenis (de motieven van oorlog, onderdrukking en bevrijding zitten ook heel letterlijk in de drie verschillende episodes) worden door Pálfi ingezet voor een tegendraadse metafysische bespiegeling over de vraag wat er eigenlijk van de mens overblijft als zijn lichaam verdwijnt. Kortom: Wat is het nut van al dit ondermaanse geneuk, gevreet en gewerk. De vertelling is lineair en multidimensionaal tegelijkertijd. Belangrijker dan zijn geschiedschrijving is de associatieve tocht die hij onderneemt door een visueel universum. Toegang: Vrije bijdrage.