Springen en tellen. Toen Jan Martens dit stuk in 2014 creëerde, stelde hij zijn dansers en danseressen voor een fysieke en choreografische uitdaging : de inspanning gedurende het hele stuk volhouden waarin de sprong het motief is dat bijna ononderbroken wordt herhaald. De dansers, in een rij opgesteld, springen volgens een strak choreografisch stramien, waaruit ze niet kunnen ontsnappen. Deze tour de force van de hedendaagse dans, die in 2025 opnieuw wordt opgevoerd, zet elke toeschouwer aan tot nadenken over het begrip ‘performance’ in de dans, en over het systeem dat deze voortbrengt. Wat willen we zien als we naar dansende lichamen kijken? De fysieke prestatie maakt plaats voor de unieke menselijkheid van de dansers naarmate ze uitgeput raken. Het is aan ieder om te ontdekken wat het (her)beleven van deze meedogenloze collectieve puls teweegbrengt, de dag van vandaag.