Deze creatie, in de vorm van een bruisend laboratorium, blijft trouw aan de choreografische lijn die de choreograaf uit Quebec sinds 2004 met onstuitbare energie uitzet: een veelheid aan experimenten, waarbij men op zijn bek gaat en terug opstaat, gedreven door de energie die voortkomt uit de diepten van de rockmuziek. Maar in 2026 is het een gevoel van ontwrichting, een gevoel van botsing met de textuur van de tijd die de dans leidt, die het geheel uit evenwicht brengt. De vier muzikanten en de zes dansers en danseressen vormen de hartslag en de energie van deze pogingen om opnieuw voet aan de grond te krijgen. De lichamen worden hier meegesleurd in de maalstroom, doorkruist door tegenstrijdige bewegingen, schommelend tussen extreme snelheid en traagheid. De levens zijn versnipperd, maar de vitaliteit blijft stromen, terwijl de tijd uitzet of samentrekt. Hoop en verlies liggen dicht bij elkaar, kwetsbaarheid en spanning worden onverbloemd uitgelicht in een elektriserende atmosfeer.