Naar Pierre Corneille.
Niets houdt Toone tegen, zelfs niet het trotseren van de geduchte Cid Campeador,
het buitengewone personage uit de Castiliaanse epische poëzie waar Pierre Corneille zich door liet inspireren.
Het is in deze rol dat de jonge acteur José Géal zijn auditie doet
in 1951 en de Théâtre National de Belgique binnenkomt, die toen geleid werd door Jacques Huisman.
Als Devenu Toone VII bewerkt hij het werk in 1951, in samenwerking met Barès.
Maintenant Nicolas Géal – Toone VIII programmeert met enthousiasme
dit huzarenstukje.
Woltje, de ket van Brussel, die met zijn openhartigheid door het
hele parodistische repertoire van de Toone's trekt, eist hier de titelrol op.
Hij wuift de onbeschaamde persoon die zijn vader beledigt weg met een "Steik! T'es mort et tu joues plus avec".
Woltje-Cid begaat tegelijkertijd de onherstelbare daad door
de vader te elimineren van de welgestelde Chimène, wat hem doet bibberen tot in zijn dikken tien (*).
De schone stort zich uit in wraakzuchtige strofen die de koning doen rillen,
een koning die als twee druppels water lijkt op Leopold II, onze koning-bouwheer.
Voorstelling te ontdekken op het podium in de realistische decors en kostuums
van de uitstekende Nuno Corte-Réal.
“Sire, c’est embêtant, y a toujours pas d’gouvernement” (geactualiseerde versie)
(*) Bibberer: beven, rillen.
Dikken tien: grote teen
"Bibberen tot zijn grote teen", dat wil zeggen ontroerd raken.