Herinneringen aan geweld, enkel dat, en een verhaal dat hij haar altijd vertelde: dat van een koning, heel oud en heel moe, die op een dag besluit zijn koninkrijk na te laten aan zijn dochters, in ruil voor het bewijs van onvoorwaardelijke kinderlijke liefde.
Door een parallel te trekken tussen het gewelddadige gedrag van haar vader en dat van koning Lear in het gelijknamige stuk van Shakespeare, probeert de jonge vrouw zich te verzoenen met haar persoonlijke geschiedenis.
Ze begrijpt dat dit geweld, in het hart van de banden van liefde en haat die haar met haar vader verbinden, geworteld is in een systeem van onderdrukking en klassenheerschappij — en ze probeert zich daarvan te bevrijden.