1937. Getroffen door de Spaanse Burgeroorlog vluchten Karmele en haar familie uit Pays Basque om hun toevlucht te zoeken in Frankrijk. De jonge verpleegster sluit zich aan bij de Baskische culturele ambassade in ballingschap, die steun zoekt via muziek en dans. Ze wordt verliefd op Txomin, een professionele trompettist, en het koppel zet hun leven enige tijd voort in Venezuela, waarna ze terugkeren naar hun vaderland om tegen de dictatuur te vechten, in de hoop alles terug te krijgen wat hen is afgenomen.