Een van de grote sterren van hilde is haar vermogen om volkomen onverwachte, soms ronduit gedurfde verbanden te leggen tussen abstracte sonore uitvindingen en traditionele gratie. Deze zeldzame gave komt het sterkst naar voren in haar liveoptredens. Het maakt bijna niet uit wie verantwoordelijk is voor welke speelse impuls, welke toonkleur, welke compositie of welk spontaan idee. Vier musici smelten samen tot één persoon, hilde, een individu met vier koppen en acht armen, die ons op “Tide” confronteert met massieve tederheid. Ditzelfde geldt voor de hele boog van het album. Elk lied staat op zichzelf, maar de volgorde is niet willekeurig. hilde vertelt een verhaal dat van de eerste tot de laatste noot gehoord moet worden.