Ze wacht. Op de dag van de Grande Vague zal de zee oprijzen en de wereld zachtjes bedekken.
Dan, met een diepe inademing, zal het kleine meisje duiken. Ze zal haar ogen wijd openen, haar armen wijd spreiden.
Ze zal naar de bodem zwemmen en de contouren van het bekende landschap voorbijgaan. Ze zal lichtgevende vissen zien, de muziek van elektrische kwallen horen, van een magische octopus, ze zal dansen met de stromingen van het water en zingen met de zo grote bultruggen.
Het zal een grote dag zijn. Ze is niet bang.