Half dier, half mens: de Faun uit het gedicht van Mallarmé (1876), uit het symfonische werk van Debussy (1894) en uit de choreografie van Nijinski (1912) ontsnapt uit het verleden en houdt in het heden een spiegel voor aan zij die worstelen met die overgangsfase vol intensiteit: de puberteit. De veranderingen, de humeurschommelingen, de dromen, de driften.Om deze essentiële onrust gestalte te geven, heeft – onder de oorspronkelijke titel Faun/ve, die later Je prends feu trop souvent werd – het gezelschap Nyash een echokamer bedacht: een cirkelvormige podiumruimte, een immersieve geluidsopstelling, een cirkel waarin Agathe Thévenot, permanent in verbinding met de voortstuwende soundtrack gemixt door Olvo (Nicolas Allard), zich overgeeft aan de opstoten van kwelling, de vluchtige euforie, de plotselinge ernst, al het geraas, alle fouten, alle woede, alle pogingen tot wegvluchten. Maar ook de kracht van een zoektocht naar zichzelf, bevrijd van regels.