Wat blijft er van een voorstelling over als het laatste applaus is weggeëbd?
Op 25 juni 1946 vindt in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs de première plaats van het ballet Le Jeune Homme et la Mort, een creatie van Jean Cocteau en choreograaf Roland Petit. Zestig jaar later besluit Olga de Soto niet om het werk te reconstrueren, maar om de echo’s ervan op te vangen.
De choreografe voert een fijngevoelig onderzoek uit, gedreven door haar fascinatie voor het geheugen en de herinnering. Ze vertrekt daarbij van onverwacht materiaal: de herinneringen van toeschouwers die er die avond bij waren. Hun verhalen – onvermijdelijk fragmentarisch en soms tegenstrijdig – vormen samen een ontroerende reconstructie. Was de cape van danseres Nathalie Philippart nu rood of zwart? Waren de sprongen van virtuoos Jean Babilée flitsend of leken ze eerder in de lucht te hangen? De feitelijke juistheid doet er minder toe. Juist de variaties maken van dit verhaal een overdracht, ergens tussen dans en documentaire performance, waarbij het collectieve geheugen een levend kunstwerk wordt. histoire(s) onthult wat de tijd trotseert en voortleeft in de harten van hen die het hebben gezien.
Copresentatie Charleroi danse