Door de stem van de Grand Jacques te dragen, laat de cello de sporen herleven die de klassieke muziek heeft achtergelaten in de liedjes van Brel. De pianist gaat de uitdaging aan om in de voetsporen van de componisten te treden en vermaakt zich ermee om een nog duidelijker spoor achter te laten door citaten uit grote werken van het repertoire op te nemen.
Alles vloeit in elkaar over, walsen van drie en duizend tellen, Vlaamse polka's, Argentijnse minnaars, Spaanse burgers...
De voordrager neemt het publiek mee op deze tocht en laat de songteksten herontdekken, niet zonder enkele ondeugende knipoogjes die de verstandhouding tussen de drie vertolkers onthullen.
Zie: "Wat waren de muzikale inspiratiebronnen van Jacques Brel?"